Kunnen lelijke letters succesvol zijn?

Aardappelletters... daar moesten we niet mee aankomen bij het vak ‘Letters’ op de kunstacademie in Den Haag (vroegâh). De term kwam van onze leraar Erik van Blokland. Hij had het dan over vormeloze hompen zonder dik-dunverschil.

Aardappelletters zie je niet vaak gebruikt worden. En terecht.

Ze zijn niet mooi, en niet erg leesbaar. Toch ‘sieren’ ze momenteel onze snelwegen. De billboards met MONO erop melden dat we ongestoord onderweg moeten zijn. (En staan ons intussen enorm af te leiden, want zo leesbaar zijn ze niet.) Bioscoopketen Pathé gebruikt aardappelletters in haar logo en Oatly (havermelk) gebruikt ze op de verpakkingen.

In het laatste geval is daar overigens goed over nagedacht: toen ze het merk Oatly een make-over gaven (rebranding), wilden ze vooral dat het er heel erg anders dan de gevestigde merken uit zou zien. Alsof het in de kelder in elkaar geknutseld is. En met succes.

‘Aardappelletters’ in gebruik: Pathé, MONO en Oatly.

‘Aardappelletters’ in gebruik: Pathé, MONO en Oatly.

Maar waarom zijn deze letters an sich niet mooi en leesbaar?

Omdat ze niet het gebruikelijke contrast hebben dat we gewend zijn van letters. De meeste lettervormen kun je, volgens lettergoeroe Gerrit Noordzij, indelen naar het schrijfinstrument waaraan ze, direct of indirect, ontleend zijn: de brede pen óf de buigzame, spitse pen.

Wie met beide weleens geschreven heeft, weet dat je er een ander type letter mee krijgt. Het gereedschap, de pen, zorgt voor verschillende contrastsoorten.

Dankzij dit contrast ontstaat er ritme en balans in de letters, waardoor een tekst lekker leesbaar wordt. Onze ogen zijn inmiddels gewend aan letters die op deze twee contrastprincipes gebaseerd zijn.

De  brede pen  (links) blijft telkens in dezelfde hoek op het papier (bv. 40 of 45 graden). Bij het trekken van bochten en lijnen worden die daardoor vanzelf dikker en dunner ( translatie ). Een streek van linksboven naar rechtsonder levert de dikste streep op, een streek van linksonder naar rechtsboven de dunste. Hierdoor ontstaat een diagonaal contrast.  Door de druk die je op de  spitse pen  (rechts) uitoefent, wijken de twee helften van de penpunt uiteen ( expansie ). Daardoor is de pennenstreek breder bij streken die naar beneden gemaakt worden. Het contrast dat dit oplevert is overwegend verticaal.

De brede pen (links) blijft telkens in dezelfde hoek op het papier (bv. 40 of 45 graden). Bij het trekken van bochten en lijnen worden die daardoor vanzelf dikker en dunner (translatie). Een streek van linksboven naar rechtsonder levert de dikste streep op, een streek van linksonder naar rechtsboven de dunste. Hierdoor ontstaat een diagonaal contrast.

Door de druk die je op de spitse pen (rechts) uitoefent, wijken de twee helften van de penpunt uiteen (expansie). Daardoor is de pennenstreek breder bij streken die naar beneden gemaakt worden. Het contrast dat dit oplevert is overwegend verticaal.

De letters van Pathé, Oatly en Mono kun je niet op deze schrijftechnieken terugvoeren. Ze hebben niet de traditionele dun-dikverhoudingen die we gewend zijn.

Overigens bestaan er inmiddels vele lettertypes waarin je ‘de pen’ nauwelijks terugziet. Bij dat soort lettertypes, zeker bij de experimentele, gaat het vooral om de illustratieve waarde ervan. En die hebben ze ook. Zeker de letters van Oatly, omdat het knutselgehalte zo consequent is doorgevoerd.

Conclusie: onze ogen en hersenen houden niet zo van aardappelletters, maar ze hoeven een succesvol ontwerp niet in de weg te staan.

Drie soorten aardappelletters. Welke kies jij?

Drie soorten aardappelletters. Welke kies jij?

Meer over de branding van Oatly lees je hier en hier.

Vraag je je net als ik af waarom Pathé een haan in het logo voert? Het bedrijf Pathé blijkt al heel oud te zijn. Vier broers Pathé hadden ruim een eeuw geleden een handel in fonografen (voorloper van de grammofoon); de haan is sindsdien van de partij.

Vraag je je net als ik af waarom Pathé een haan in het logo voert? Het bedrijf Pathé blijkt al heel oud te zijn. Vier broers Pathé hadden ruim een eeuw geleden een handel in fonografen (voorloper van de grammofoon); de haan is sindsdien van de partij.

Tot slot: vraag jij je wel eens af of je logo nog voldoet? Of het niet eens tijd wordt voor een opfrisbeurt? Wil je een deskundige mening? Die geef ik je graag.