Tips om je schermpresentatie te verbeteren

Ze loopt vriendelijk maar resoluut op je af. ‘Zeg, zou jij het leuk vinden om een praatje te houden op de conferentie volgende maand?’

Je kijkt haar verbaasd aan. Ik..?! In verwarring stamel je: ‘Wat eh... leuk. Ja... goed.’

Nu pas breekt het zweet je uit. Hoe krijg je 500 mensen geboeid aan het luisteren..? Wat ga je vertellen, wat kun je laten zien? Iets op een scherm tonen lijkt je sowieso een goed idee, voor het geval je het echt even niet meer weet...


Over die schermpresentatie wil ik het hebben. Daar gaat het vaak mis, terwijl er door wat eenvoudige ingrepen een hoop te winnen valt. Zeker als je presentatie vooral uit tekst bestaat. Hoe houd je die aantrekkelijk? Verzorgde typografie kan het verschil maken.

1. Welke letter kies ik?
2. Hoeveel tekst gebruik ik?
3. Hoe zet ik de tekst op de pagina's?

 

1. Welke letter kies ik?

Zorg in ieder geval dat de letter goed leesbaar is. Voor een presentatie is een schreefloos font het beste (Helvetica, Arial, Calibri). Als je een presentatie in PowerPoint maakt, en je laat je presentatie via een andere computer zien, controleer dan of het font van je keuze te ‘embedden’ is (File > Options > Save). Als jouw font niet op de andere computer staat en je bedt deze niet in in je presentatie, dan wordt het lettertype vervangen door een alternatief. Geloof me, dat wil je niet...

Leesbaarheid betreft ook het formaat van je letters. Een prettige lettergrootte is als je er 12 tot 15 tekstregels op de pagina mee kunt zetten. Wat niet wil zeggen dat je 12 tot 15 regels op een slide moet zetten – tenzij je wilt dat je publiek niet luistert naar wat je zegt. Gebruik voor je presentatie één bepaalde lettergrootte, ook als je maar een regel tekst op een slide hebt staan.

Zo moet het niet: te veel informatie, te klein (en te vervormd) om op afstand te kunnen lezen.

Zo moet het niet: te veel informatie, te klein (en te vervormd) om op afstand te kunnen lezen.

2. Hoeveel tekst gebruik ik?

Houd het overzichtelijk en beperk je hoeveelheid tekst. Zet nooit hele alinea’s in je presentatie; mensen haken onmiddellijk af. Helemaal als je vanaf het scherm gaat voorlezen, met je rug naar het publiek toe... Een goede leidraad is: wat op je scherm staat, is waarover je op dat moment aan het vertellen bent. Een slide met een opsomming van vijf items heeft dus geen zin. Mensen zitten nu eenmaal zo in elkaar dat ze direct de hele opsomming gaan lezen, terwijl jij eigenlijk nog bij het eerste punt bent. Laat liever één boodschap tegelijk zien en zorg dat je publiek naar jou luistert in plaats van aan het lezen is. Vergeet niet dat je schermpresentatie een ondersteuning is van wat je vertelt en non-verbaal uitstraalt.  

Wat het gebruik van plaatjes betreft: laat een (scherpe) afbeelding alleen zien als het belangrijke informatie toevoegt of als het iets abstracts verduidelijkt. Gebruik hoe dan ook geen clip-art. Nooit.

Nog een voorbeeld van hoe het niet moet: te veel tekst, moeilijk leesbaar door lange regels met te weinig afstand ertussen, onrustig beeld door lelijk kleurgebruik, schaduwen achter de letters, achtergrondafbeelding en verschillende lettertypes.

Nog een voorbeeld van hoe het niet moet: te veel tekst, moeilijk leesbaar door lange regels met te weinig afstand ertussen, onrustig beeld door lelijk kleurgebruik, schaduwen achter de letters, achtergrondafbeelding en verschillende lettertypes.

3. Hoe zet ik de tekst op de pagina’s?

Trek je niet te veel aan van de ‘pagina’ en ga vooral uit van de tekst zelf; de brede beeldverhouding van een scherm is nu eenmaal typografie-onvriendelijk. Wees niet bang voor lege ruimtes links en rechts. Angst voor leegte leidt vaak tot matig ontwerp; te grote letters, te lange regels. Als je toch niet onder een opsomming uitkomt, laat dan de regels links met elkaar uitlijnen; gecentreerde tekst is moeilijker leesbaar omdat je naar het begin van de volgende regel moet ‘zoeken’. Wees spaarzaam met het gebruik van kapitalen (hier lees je waarom) en zet gewone tekst in kleine letters, eventueel met een beginhoofdletter.

Besteed tot slot nog wat aandacht aan de kleuren van de tekst en de achtergrond. Maak er sowieso geen circus van, maar realiseer je ook dat het publiek jouw presentatie misschien in het halfdonker ziet. Je pupillen zijn dan groter en gevoelig voor fel licht. Dus als jouw witte slides op enorme schaal geprojecteerd worden, doet dat pijn aan de ogen en schiet je je doel voorbij. Het bekijken van je smartphone in het donker is ook comfortabeler als ‘ie in de nachtmodus staat. Stel dus liever een donkere achtergrond in met grijze letters. Hoe dunner de letter, hoe lichter (wit levert al gauw te veel contrast op, maar probeer dit zelf uit). Presenteer je bij normaal licht? Kies dan een lichte achtergrond met donkere letters.

Als het dan echt niet anders kan, een opsomming voor gebruik in een donkere zaal (links). Effectiever is het om alleen datgene op het scherm te tonen waar je op dat moment over spreekt (rechts).

Als het dan echt niet anders kan, een opsomming voor gebruik in een donkere zaal (links). Effectiever is het om alleen datgene op het scherm te tonen waar je op dat moment over spreekt (rechts).

Hoe een kleur oogt, hangt af van diens omgeving. Hetzelfde grijze vlak wordt in een donkere context als lichter ervaren, en in een lichte context als donkerder. Vandaar dat een lichtgrijs vlak in een donkere zaal als wit wordt ervaren. Echt wit doet pijn aan je ogen.

Hoe een kleur oogt, hangt af van diens omgeving. Hetzelfde grijze vlak wordt in een donkere context als lichter ervaren, en in een lichte context als donkerder. Vandaar dat een lichtgrijs vlak in een donkere zaal als wit wordt ervaren. Echt wit doet pijn aan je ogen.

Tot slot: hulp nodig bij de vormgeving van je schermpresentatie? Ik help je graag. 

Veel succes!